PKN

Wilhelminakerk

  • De Wilhelminakerk

  • Trouwlocatie

  • Geldzaken

  • Orgel

  • Historie

 

De Wilhelminakerk

DSC 0753 klein

De Wilhelminakerk is een mooi, traditioneel en stijlvol gebouw met ongeveer 170 zitplaatsen, gesitueerd in een eveneens mooie landelijke omgeving. Bijzonder zijn de gebrandschilderde ramen, door dhr. Gerrit Bokhorst uit Deventer vervaardigd, Bijbelse taferelen voorstellend. De kerk herbergt een monumentaal Bätz-Witte orgel met een bijzonder mooie klank. Onder de knop orgel vindt u meer hierover. Zie ook het fotoalbum.

Vieren

Op de eerste dag van de week, de opstandingsdag, komt de gemeente bijeen om te vieren. Vieren, want er is alle reden om te gedenken hoe God naar mensen omziet en hoe wij mens mogen zijn in het spoor van Christus. Dat is ergens een kwestie van vertrouwen, om maar met de woorden van de theoloog A.A. van Ruler te spreken: "In elke kerkdienst treedt opnieuw een apostel uit Palestina binnen."

We luisteren naar de Bijbel, Gods Woord voor ons leven, en proberen ons daarvoor open te stellen en daarnaar te handelen. Na de ontmoeting met die boodschap van trouw, in taal en teken (doop of avondmaal) gaan we terug naar onze plaats in de wereld.

Deze kerkdienst, of met een ander woord godsdienstoefening, helpt ons te oefenen in een manier van kijken (met bewogenheid, hoop en naastenliefde), in een manier van luisteren (onderscheidend waarop het aankomt, open naar wat er leeft in de wereld om ons heen) en een manier van handelen (opbouwend, delend, verzoenend, werkend aan eerlijke verhoudingen en een wereld van vrede).

Bovenstaande komt tot uiting in de liturgie die tijdens de kerkdienst wordt gebruikt. Naast Bijbellezing en gebed speelt muziek een belangrijke rol. Zoals de kerkvader Augustinus (354-430) het al verwoordde: “Zingen is dubbel bidden” of om met de meer eigentijdse kerkvader Willem Barnard (1920-2010) te spreken: “We zingen niet omdat we zijn, maar we zijn omdat we zingen”.  In de vieringen zingen we uit het Nieuwe Liedboek voor de Kerken (2013).

De kerkdiensten op zondag beginnen het gehele jaar door om 10:00 uur.

Sacramenten

Als kerk vieren wij de sacramenten zoals die in de Bijbel aan ons zijn doorgegeven. Sacramenten zijn zichtbare tekenen (brood, wijn of het water van de doop) waarin Gods Heilige Geest aanwezig en werkzaam wil zijn. Centrale gedachte van de sacramenten is dus de God van Israël die in deze wereld voor ons kiest en Zich laat ontmoeten. In de protestantse kerken zijn er twee sacramenten:

De Maaltijd van de Heer

Jezus heeft de Maaltijd aan zijn leerlingen gegeven. Dit om feestelijk met elkaar te gedenken hoe Zijn leven en sterven voor ons een nieuwe toekomst brengt. Naast het gedenken is het Heilig Avondmaal ook hét moment waarop de Geest van Christus (en dus in feite Christus Zelf) ons op kenmerkende wijze nabij is: Zichzelf delende aan de mensen die Hem verwachten. In onze gemeente vieren we de Maaltijd van de Heer zo’n vijfmaal per jaar. Eén van deze vieringen vindt plaats op de Goede Vrijdag in een avonddienst. Ook gasten in ons midden zijn van harte genodigd om met ons het avondmaal mee te vieren. In speciale gevallen (bijvoorbeeld bij ziekte of kwetsbare gezondheid) bestaat de mogelijkheid om thuis het avondmaal te vieren. Hiervoor kunt u contact opnemen met uw wijkouderling of diaken.

Viering van de Heilige Doop

De doop is een sacrament waarin veel van het christendom is samengevat. Het is een rijke manier om te vieren hoe God Zich met een mensenkind wil verbinden. Het verbond dat God met Abraham gesloten heeft, vernieuwt zich bij elk kind dat gedoopt wordt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In de doop kiest God onvoorwaardelijk voor de mens die Hij geschapen en gewild heeft, en tegelijkertijd beloven de ouders, samen met de gemeente, om deze mens groot te brengen in de geest van het evangelie. Meestal wordt de doop bediend aan jonge kinderen, maar ook diegene die op latere leeftijd de weg van Christus wil gaan, kan gedoopt worden.
Een doopviering is een ingrijpend moment in het leven van de dopeling maar ook voor de ouders, grootouders en verdere familie. Ook voor de gemeente is het een rijk moment om in te delen. Door gesprekken en voorbereiding kan de beleving van de doop zich verdiepen. Neem daartoe tijdig contact op met de predikant.

Trouwlocatie

De Wilhelminakerk, met de daaraan gelegen Wilhelminazaal, heeft de status ‘trouwlocatie’. Dat betekent dat het burgerlijk huwelijk en de inzegening (kerkelijk huwelijk) kunnen plaatsvinden onder een dak. De Wilhelminazaal is daarnaast zeer geschikt voor de viering of receptie na het burgerlijk huwelijk en/of inzegening.
U kunt bij interesse contact opnemen met dhr. W. Bomhof tel. 0553121524 of 0622220047

Wilhelminazaal trouwlocatie

Geldzaken

Wijkas: NL 88 INGB 0004 473 725 t.n.v. Ingrid Beekman Wijkkas Wilhelminakerk.
Diaconiekas: NL 42 RABO 0133 968 618 t.n.v. Geri Woudstra Diaconie Wilhelminakerk.
Exploitatie-
commissie:
NL 24 RABO 0302 444 459 t.n.v. Willem Bomhof Prot. Gemeente Wilhelminakerk, Apeldoorn.

Kerkbalans, het voorlopige eindresultaat

De stand van de toezeggingen kerkbalans op dit moment is € 66.472. Dit is alleen voor de kerk. Van dit bedrag hebben we € 29.630 ook daadwerkelijk al ontvangen. (Nog) geen € 70,000, maar ‘t is toch een reden om dankbaar te zijn.

Kerkbalans

Om de salarissen van predikanten, kosters, organisten en andere kerkelijke werkers van onze kerk in Apeldoorn te kunnen betalen zijn inkomsten nodig.
Deze inkomsten moeten door de gemeenteleden zelf worden opgebracht en bestaan hoofdzakelijk uit de kerkelijke bijdrage ‘Kerkbalans’ en collecten. Het voornaamste deel van deze inkomsten wordt bijeengebracht middels de actie Kerkbalans. Deze inzamelingsactie wordt jaarlijks gehouden in de maand januari. Hiervoor gaan in Apeldoorn elk jaar weer opnieuw 600 vrijwilligers op pad, de zogenaamde kerkbalanslopers, om de leden persoonlijk het toezeggingformulier te bezorgen en het antwoordstrookje ook weer persoonlijk op te halen.

Elke wijk(deel)gemeente heeft een coördinator die de organisatie van de wijk in handen heeft. De algemene organisatie is in handen van de Commissie Kerkelijke Bijdragen. De bijdrageadministratie van het Kerkelijk Bureau zorgt voor het aanleveren van de kerkbalansformulieren, adressenlijsten en andere benodigde zaken. Na de actie worden daar de antwoordstrookjes verwerkt en gedurende het hele jaar de toezeggingen en inkomsten bijgehouden. Het overzicht van de toezeggingen en inkomsten per wijkgemeente wordt regelmatig door de Commissie Kerkelijke Bijdragen in Perspectief gepubliceerd.

Kerkelijke Bijdragen

De kerkelijke bijdragen kunt u op verschillende manieren overmaken.
Op het kerkbalansformulier kunt u aangeven hoe u dit wilt doen.

De mogelijkheden zijn:

  1. Automatische incasso: (Machtiging aan de Kerk van uw bank/girorekening)
    Dit is voor de kerk de meest voordelige manier van verwerken van uw betalingen.
  2. Periodieke Overschrijving:
    Dit is een opdracht die u zélf aan uw bank heeft afgegeven.
    Wanneer u uw toezegging wilt verhogen of misschien moet verlagen dient u deze overschrijving zélf bij uw bank te wijzigen.
  3. Acceptgirokaarten:
    In verband met de hoge verwerkingskosten worden deze zo min mogelijk verstrekt.

 

Een nieuwe plek voor een oud Bätz-Witte orgel uit 1872.

Esc2012 050Wie als argeloze voorbijganger de Wilhelminakerk aan de Beemterweg passeert zal niet vermoeden dat er achter de frontgevel van dit bescheiden dorpskerkje een monumentaal orgel schuil gaat. Het staat hier sedert april 2002 en heeft een bewogen geschiedenis achter de rug.
Het begon allemaal in de werkplaats van vader en zoon Witte, voortzetters van drie generaties Bätz, die met betrekkelijk eenvoudige middelen een ruim inzetbaar orgel wilden ontwerpen voor gebruik in kerken, met name bij de begeleiding van de gemeentezang. Zoals destijds gebruikelijk werd het prototype opgesteld in een zijbeuk van de Utrechtse Domkerk, in de buurt van de werkplaats.
In deze kerk was er ruimte om te sleutelen en ook ruimte om de klank te beoordelen. Op initiatief van de musicus Samuël de Lange jr. werd de firma Witte in contact gebracht met de kerkvoogdij van de Rotterdamse Westerkerk, die in een snel groeiende buitenwijk het tot dan toe gebruikte harmonium wilde vervangen. Na enig overleg (kopen of huren) werd besloten om het orgel aan te kopen en op te stellen op de galerij boven de kansel van de Westerkerk. Om het aanzicht wat meer "body" te geven werd de orgelkas aan weerszijden van houten vleugels voorzien. Deze zijn later, bij de eerstvolgende verhuizing, afgedankt en bij een latere restauratie niet meer aangebracht.
Voor de aankoop werd een bedrag uitgetrokken van Fl 3.035,00 met nog een kleinigheid voor verplaatsing en schilderwerk en tenslotte een orgelbank van Fl 5,65. Op 7 juli 1872 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen in deze kerk waar het tot juli 1936 storingsvrij dienst deed.

In dit orgel heeft Witte jr. een drietal slimme ideeën verwerkt. Dat waren achtereenvolgens:

  • Een Bourdon 16 voet register dat zowel vanuit het pedaal als vanaf het onderklavier te bespelen was.
  • Een voettrede waarmee, naar keuze, het pedaal te koppelen was aan het hoofdklavier of aan het -zachtere- nevenklavier.
  • De splitsing van de Cornet in twee aparte registers: de Doublet (8, 4 en 2 voet) en de Cornet (met de kwint en de terts). Deze kunnen ieder, zowel apart als samen gebruikt worden, met name bij uitkomende begeleiding.

Na dit orgel zijn er binnen enkele jaren nog vier volstrekt identieke orgels gebouwd, die in Nederland hun plaats vonden en waarvan er nog twee tot op de dag van vandaag in gebruik zijn.
U vindt ze in Rijswijk (Gelderland) en in Zoelmond. De andere twee zusterorgels zijn gebouwd voor de Rotterdamse Prinsenkerk en de Hervormde kerk te Wateringen. Deze laatste twee orgels zijn echter zodanig gewijzigd,uitgebreid en achter "moderne" fronten verstopt dat zij geen gelijkenis meer vertonen met het originele ontwerp.

Terug naar "ons" orgel uit 1872. Tot 1936 heeft het vrijwel probleemloos dienst gedaan in de Westerkerk. Alleen moest na 14 jaar alle koperen (messing?) draadstukken van de toetsmechaniek vervangen worden wegens corrosie en -bijgevolg- draadbreuk. De partij messingdraad die daarna in het orgel werd verwerkt zit er nu nog steeds in; blijkbaar een betere legering.
Door stadsuitbreiding bleek het orgel in de jaren dertig te klein geworden voor een volle kerk met 1400 zitplaatsen. Besloten werd tot vervanging door een groter instrument dat door G. van Leeuwen werd geleverd, met uitzondering van het trompetregister van Witte dat in het grotere orgel werd ingepast. In de meidagen van 1940 is bij het bombardement van Rotterdam de kerk, het orgel en ook dit trompet-register verloren gegaan.

Hoe was het "ons" orgel in de tussentijd vergaan? Het werd verkocht aan de Hervormde diaconie voor plaatsing in de kapel van het Emmahuis, ook in Rotterdam. Bij de herplaatsing werd het al direct uitgebreid met enkele registers. Als door een wonder is het orgel de verwoesting van het bombardement bespaard gebleven en heeft het tot de sluiting van het Emmahuis in 1982 dienst gedaan. Wel is er in 1953 opnieuw ingrijpend gewijzigd en uitgebreid waardoor het orgel een ander front en een deels mechanische, deels pneumatische tractuur kreeg.
Als we de levensloop van ons orgel tot nu toe samenvatten dan komen we uit op 64 jaar in de Westerkerk en 46 jaar in het Emmahuis.
Daarna trad er een treurige periode van verval in. Het orgel bleef aanvankelijk in de kapel staan waar weer en wind overheersten en er zelfs duiven een nest bouwden in het binnenwerk.
Besloten werd tot demontage en opslag in de kelder van een bejaardenhuis. Ook hier worden zelfs goede orgels niet beter van, eerder slechter. Het stond (of beter, lag) enige jaren te koop totdat ook dit bejaardenhuis gesloten werd en men van het orgel af moest. Geattendeerd door Rudi van Straten, adviseur van de Ned. Herv. Orgelcommissie, kwam er een deputatie van de kerkenraad en organisten van het wijkcentrum "Sion" een kijkje nemen. Besloten werd om een bod te doen op de "oude historische kern" van het orgel en die vervolgens in afwachting van het rondkomen van de financiën op te slaat bij de orgelmakers Hendriksen en Reitsma te Nunspeet. Op dit punt in de geschiedenis komen we voor het eerst de naam van Joop Holtkamp tegen, een van de organisten van Sion.

Toen in juli 1986 de opdracht werd verstrekt tot restauratie en plaatsing was er al veel voorwerk verricht zoals gesprekken met deskundigen en bezoeken aan de twee overgebleven oorspronkelijke zusterorgels in Rijswijk en Zoelmond.
Alles wat nog overgebleven was moest worden gereviseerd en alles wat ontbrak moest in stijl opnieuw worden aangevuld. Zo werd er een geheel nieuw front vervaardigd en moesten pijpen worden bijgemaakt. De pinakels boven op de orgelkas zijn afkomstig van een Bätz-Witte orgel uit 1855 dat toen voor de Remonstrantse kerk in Leiden was gebouwd. Ook de belangrijkste onderdelen van het trompetregister uit dat orgel kregen een nieuwe plaats in "ons"orgel.
Op 30 oktober 1987 kon het gerestaureerde orgel in Sion in gebruik worden genomen.

Ongeveer ten tijde van de millenniumwisseling bleek dat door de op handen zijnde samenwerking tussen Hervormd en Gereformeerd een overschot van kerkgebouwen dreigde te ontstaan, niet alleen in Nederland, maar ook in Apeldoorn. Zo werd besloten om de drie kerken in zuid te sluiten en op de plaats van een der kerken een nieuwe te bouwen, die wij nu kennen als "De Hofstad". Een logisch gevolg was, dat er dan orgels zouden overblijven. Van twee orgels (uit de Pauluskerk en de Zuiderkerk) werd pijpwerk voor hergebruik geleverd aan de orgelbouwers Kaat en Tijhuis, die het merendeel daarvan hergebruikten voor het nieuw te bouwen orgel voor De Hofstad. Het zou echter rampzalig zijn als dit lot ook het voorbeeldig gerestaureerde Bätz-Witte orgel zou treffen.
Daarom werd er gekeken naar een andere locatie, in een, bij voorkeur historisch, kerkgebouw, waar dit orgel goed zou passen en mooi zou klinken. Kijkers uit een dorp van "over de IJssel" deden een bod, ongeveer de helft van de vraagprijs, dus dat werd niets.

Echter, ook elders in Apeldoorn gingen kerken dicht en werden wijkgemeenten samengevoegd, zoals ook in Noord Apeldoorn waar de Pniëlkerk werd afgestoten en de Wilhelminakerk mocht gaan renoveren en op zoek mocht naar een ander orgel. En waarom zou je elders een ander orgel kopen en laten verhuizen als er binnen de PKN Apeldoorn een mooi en perfect orgel overcompleet is.
En zo kon het zomaar gebeuren dat in het voorjaar van 2002 de orgelbouwer René Nijsse met eigen manschappen en een aantal vrijwilligers in 4 weken tijd het orgel verhuisd en speelklaar opgeleverd hebben voor de feestelijke her-ingebruikname van kerk en orgel op 28 april 2002.

In vergelijking met eerdere verhuizingen, verbouwingen en restauraties was deze laatste een peulenschil. René Nijsse heeft een paar dingen gewijzigd en opgeknapt zoals het uitschakelbaar maken van de luchtvoorziening naar de bourdon 16 voet in het pedaal en het opnieuw van leer voorzien (be-leren) van de magazijnbalg. Dit was nu nog niet nodig, maar vervangen in een later stadium zou veel meer werk en kosten met zich meebrengen. Wat wel nieuw bijgemaakt is, is een nieuw onderstel voor de gammele, niet historische, orgelbank. Deze werd, met liefde, in stijl gemaakt door Jan Testerink sr, in leven aannemer aan de Beemterweg te Beemte Broekland.

orgel wilhelminakerkZoals gebruikelijk werd het orgel gekeurd na oplevering. Deze keuring werd buitengewoon nauwkeurig uitgevoerd door Jan van Gijn, orgeldocent, componist en vaste organist van de Grote Kerk aan de Apeldoornse Loolaan, waar ook een Bätz-Witte orgel (uit 1896) staat. Het orgel, en de orgelbouwer slaagden met vlag en wimpel. Ook werd aan het orgel weer het predicaat "monumentaal" verleend, hetgeen inhoudt dat er niets aan mag worden gewijzigd zolang er niet vanzelf iets stuk is gegaan. Preventief vervangen van onderdelen, zoals klepveren en trekstangen is "not done". Je zult maar in een auto rijden met monumentstatus en er niets aan mogen vernieuwen totdat je ergens met pech staat; in ons geval dus op zaterdagavond of zondagmorgen.

Ten tijde van de verhuizing naar de Wilhelminakerk beschikten we daar al over een team van drie organisten. Dat waren Joop Holtkamp, Hans Visser en Maarten Koskamp. In de eerste jaren daarna werd de groep aangevuld met Wim Brinkman en Bert Holstein. Dit lijkt erg veel, maar vrijwel allen spelen ook met regelmaat in tenminste één andere kerk, elders binnen of buiten Apeldoorn.
Toen Joop door emigratie naar Duitsland zijn speelplek moest inleveren konden we na enig zoeken een beroep doen op Dirk Boer. Medio 2015 is Hans Visser, wegens het ruimschoots halen van de pensioengerechtigde leeftijd, opgevolgd door Jan van den Brand en Herman Gulink. Inmiddels is ook Wim Brinkman gestopt als vaste organist van onze kerk. Maarten Koskamp fungeert op dit moment als aanspreekpunt van het organistenteam.

Zoals u hieronder kunt zien is de dispositie (samenstelling van de registers) bij uitstek gericht op het begeleiden van de gemeentezang op een traditionele wijze van spelen. De grote vraag (en nog niet het antwoord) is natuurlijk hoe wij met dit oude orgel de nieuwe tijd ingaan met het nieuwste liedboek van de kerken.

De dispositie luidt als volgt":

Bovenklavier:  Viola  8'   
  Holfluit  8'   
  Fluit  4'   
Onderklavier: Prestant 8'   
  Bourdon 16'   
  Octaaf 4'   
  Doublet 2'  4' 8'
  Cornet 2 2/3'  1 3/5'
Pedaal: Bourdon 16' (transmissie, uitschakelbaar)
Klavierkoppel      
Pedaalkoppel (naar wens op bovenklavier of onderklavier)

Apeldoorn, mei 2012, herzien in december 2015.

Hans Visser.

Bronnen:
Orgelfolder uit 2002, Joop Holtkamp.
Restauratierapport, Rudi van Straten.
Dissertatie "de orgelmakers Witte" dr. Teus den Toom.
Nieuw handboek voor de kerkorganist, div. auteurs, Boekencentrum.
Opstapcursus voor kerkorganisten, Module 2, Uitgave SLSK.
HET ORGEL, okt.1989. Orgels van Witte gerestaureerd, deel 4 door Jan Jongepier.

 

Historie

wilhelminakerkIn 1935 begon men als Nederlands Hervormde gemeente met de eerste plannen voor een eigen kerkgebouw in Beemte Broekland.

Het geld voor de te bouwen kerk werd voor een deel bijeengebracht door het organiseren van allerlei evenementen, met name door de inwoners van Beemte Broekland.

Het ontwerp voor de kerk werd gemaakt door de heer J.H. Klosters, een architect die eerder gewerkt had aan de Parkenbuurt in Apeldoorn. Op 11 juni 1936 verleende de gemeente Apeldoorn toestemming voor de bouw van de kerk.
Bij een aanbesteding werd de bouw gegund aan de firma Wassink voor een bedrag van 13.800 gulden (nu ongeveer 6250 euro).
Op 16 september 1936 werd de eerste steen van de kerk gelegd door president-kerkvoogd G.B. Eikendal.

Na wat vertraging (de oorspronkelijke oplevering stond gepland voor 1 januari 1937) kon de kerk met een feestelijke dienst op 12 mei 1937 worden geopend in aanwezigheid van H.M. koningin Wilhelmina.
De eerste predikant van de kerk was ds. J.F. Berkel, die later werkzaam zou zijn als hofpredikant van het koninklijk huis.
Veel later zouden er nog feestelijke diensten worden gehouden ter gelegenheid van het 40- en 50-jarig jubileum. Sinds 2004 valt de kerk onder de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en is het gebouw eigendom van de Protestantse Gemeente Apeldoorn (PGA).
Er is elke zondagochtend een viering, het hele jaar door om 10.00 uur.
Er is kinderoppas en elke tweede zondag van de maand is er "kidskerk".